Blog

Dit weekend vonden mijn dochter en haar vriendin een jonge koolmees in de tuin van haar vriendin. Het beestje was opgevallen doordat hij onafgebroken zat te piepen op het terras. Hij had duidelijk trek, maar dat kon opgelost worden. Een hoekje van de tuin werd omgespit op zoek naar regenwormen. Deze bleken echter een maatje te groot voor 'piepje', zoals het meesje inmiddels gedoopt was door hen. Het was toch wel gevaarlijk, zo'n eenzaam vogeltje in een katrijke omgeving, dus werd piepje verplaatst naar het tuinhuisje. Op internet zagen ze dat jonge meesjes groot worden met kleine rupsjes, dus daar moest naar gezocht worden. Gewapend met een potje gingen we naar een veldje in de buurt met een houtwal vol met meidoorns. En daar zaten gelukkig genoeg rupsen. Voor mezen is het van essentieel belang dat ze op het moment dat ze jongen hebben er genoeg rupsen voorradig zijn. In sommige jaren is het te vroeg warm, en dan wil dit nog wel eens mislopen. Maar daar hebben we dit jaar geen last van! Het potje werd gevuld met rupsen en terug naar het meesje. Intussen hadden Diekes vriendin en haar vader ook rupsen gevonden. Het meesje toonde echter geen belangstelling voor de rupsen. Wat nu?

We zagen een nestkastje bij de buren en daar ging ook nog af en toe een koolmees naar binnen. Met de trap konden we erin kijken, en daar zaten nog meer jonkies in. We besloten het jonge meesje terug te zetten. Maar hij vloog bijna onmiddellijk weer naar buiten. Hij wilde blijkbaar echt de wijde wereld in. We keken hem na en hoopten het beste ervan. Een gevaarlijke onderneming. Op dat moment realiseer je je ook weer dat er niet voor niets dat er jaarlijks 10-12 eitjes gelegd worden door koolmezen.

Aan tafel kwamen we op het idee om hem een 'artiestennaam' te geven: Justin Pieper. Die piept ook en is ook nog een beetje pluizig.