Bevers op een takkeneilandje in de Millingerwaard

Op weg naar de bevers



Gisteren maakte ik met een vriend van me een rondje langs de Rijn en de Waal om te kijken naar het hoge water. De rivieren zijn in lange tijd niet zo hoog geweest. Altijd een boeiend gezicht; bomen onder water, huizen onbereikbaar en dieren die een veilige, droge plek moeten zien te vinden.
Toen we bij de Millingerwaard aankwamen begon ik me af te vragen waar de bevers heen gevlucht zijn. Het kon immers niet anders dan dat hun burchten onder water zouden staan. Mijn maat raakte enthousiast en begon gelijk bij een lokale bewoner te informeren. En warempel, die wist ons te vertellen dat ze op een soort provisorisch eilandje zaten een klein eindje verderop, zichtbaar vanaf de dijk. Dus snel erheen en ja hoor, daar zat een beverfamilie gezellig bij elkaar op een soort takkeneilandje. Een bijzonder gezicht; bevers zijn normaal vrij schuwe nachtdieren die je nauwelijks te zien krijgt. Meestal zie je alleen de sporen van bevers, maar dit keer kon je ze zo maar overdag bewonderen. Mijn fotografische hersensspinsels begonnen op volle toeren te draaien. Stel je nu eens voor dat ik de drijfhut hier had. Dan kon ik ze prachtig vastleggen. En zo ontstond het idee om mijn drijfhut op te halen bij het vaste plekje en in de auto mee te nemen naar de Millingerwaard.
Dus ’s middags opnieuw naar Kekerdom en daar te water gegaan. Al snel had ik veel bekijks en mijn vriend moest zijn best doen om uit te leggen dat het geen radiografisch bestuurder apparaat was, maar dat er echt iemand in zat. Langzaam peddelde ik richting de bevers. Af en toe moest ik door takken heen. Wel bijzonder om zo door de uiterwaarden te drijven. Ik voelde me in een andere wereld. De wereld van de bever, waar ik binnen een paar minuten oog in oog mee zou staan. Na een laatste boom kreeg ik goed zicht op het ‘nest’. Oei, een bever gleed zachtjes het water in. Even rustig aan, ik wilde ze niet verstoren. Gelukkig bleven de andere twee rustig liggen en kon ik ze uitgebreid vastleggen. Fascinerende beesten. Groot (ze kunnen wel 30 kg wegen) en met schattige kraaloogjes. En natuurlijk met een imposant gebit.
Zo kon ik de drijfhut eens inzetten op een andere locatie. Dit smaakt wel naar meer, dus misschien dat ik hem binnenkort nog vaker ga gebruiken in de uiterwaarden, als het water wat is gaan zakken.

Reacties zijn gesloten.