Toen ik deze porseleinhoen in het riet zag tijdens het eerste ochtendlicht, moest ik terugdenken aan mijn eerste ontmoeting met deze prachtige vogels. Samen met een vriend had ik overnacht in de vogelobservatiehut ‘de kluut’ bij de Oostvaardersplassen. Dit deden we in die tijd vaker en het werd gedoogd door de boswachters, die al lang blij waren dat de jeugd zich interesseerde in de natuur. Het moet 1987 geweest zijn. Tijdens het eerste licht zagen we vlak voor de hut twee porseleinhoentjes die druk bezig waren elkaar het hof te maken. Ze leken totaal geen oog te hebben voor wat er zich in de hut afspeelde.
Nu ik vandaag een porseleinhoen zag (ik dacht even aan een waterral, maar die heeft een veel langere roodachtige snavel) wist ik eigenlijk gelijk dat het bingo was. Van mijn hut zou hij zich weinig aantrekken. Dus snel het eilandje rondgedobberd, om van de goede kant dichtbij de vogel te kunnen komen.
Maar liefst 1,5 uur lang foerageerde het beestje vlak voor mijn hutje. Er werd ook nog even gepoetst en hij ging ook nog even heel fraai in het eerste ochtendlicht zitten. Wat een genot!
Porseleinhoentjes zijn mysterieuze vogels, die je nauwelijks te zien krijgt. Het roepje (djuup, djuup) is redelijk opvallend en zo wordt hij nog het vaakst waargenomen. Ik voelde me daarom deze morgen een geluksvogel. Wat was hij mooi en wat zat ik er goed voor. Dit gevoel leek op mijn eerste ontmoeting. Toen stonden we als kinderen zo blij ingetogen te juichen in de hut. Jezus leerde ons te worden als kinderen, dus laat ik maar proberen dit gevoel vast te houden…