Afgelopen zaterdag ben ik een ochtend op pad geweest met mijn oudste dochter. Het hele ritueel van vroeg opstaan en dan samen met papa gaan vogels kijken en fotograferen is voor haar heel belangrijk (en voor mij natuurlijk ook!). We hadden besloten om naar een rivierengebied te gaan. In het bos was ze toch bang dat we elkaar kwijt zouden raken. Het werd de Ooypolder bij Nijmegen. Zelf vind ik dit een erg mooi stukje rivierenlandschap. Op de dijk zagen we de zon als een prachtige vurige bal opkomen. Nog wat aan het fotograferen geslagen (zowel Dieke als ik), voordat we verder gingen met vogels kijken. Bij de eerste plas werden we al gelijk getrakteerd op een flink aantal leuke eendensoorten. Wintertalingen, smienten, pijlstaarten en nonnetjes en grote zaagbekken. Dieke schreef ze ijverig op in haar boekje.
Een eindje verderop op de dijk kwamen we een fotograaf tegen met een lange toeter (500 mm). Daar keek ik wel even jaloers naar, want de mijne eindigt bij 300 mm. Tsja, altijd baas boven baas. Hij had hem in Engeland gekocht, wat momenteel toch scheelt in de prijs.
Zelf twijfel ik ook nog wel eens over zo’n lens. Maar ik vraag toch wel af of je foto’s er nu zoveel beter van worden. Als ik vanuit schuilplekken werk heb ik genoeg aan de 300 mm met 1.4 converter. Voor de rest probeer ik vaak om de beesten in het landschap weer te geven, en dan is de 300 mm ook meestal toereikend. Komt bij zo’n lens natuurlijk behoorlijk gewicht met zich meebrengt, dus lekker struinen is er dan niet meer bij. Maar goed, misschien zwicht ik ooit nog eens. Wat ik wel opmerkelijk vind is dat zoiets veranderd in de loop daar jaren. Vroeger gebruikten veel natuurfotografen een 400 mm of een 500 mm. Nu is de 500 mm de standaard, maar gebruiken de meeste wel een camera met een cropfactor van 1.5 of 1.6.
Even verderop bleek wel dat een telelens wel handig kan zijn. Er zat een torenvalk langs de weg, die goed meewerkte. Dieke ging enthousiast foto’s maken met haar Nikon Coolpix camera, maar was thuis toch wat teleurgesteld toen ze papa’s foto’s zag… Ook hier vraag ik me af of het beter zou zijn geworden met een 500 mm.
Onze ochtend eindigde met een stukje door Duitsland (altijd interessant!) om daarna nog een wandeling te maken in natuurgebied ‘de Bruuk’ bij Groesbeek. Een erg mooi gebiedje, waar ik zeker dit voorjaar nog een keer naar terug wil.
Een eindje verderop op de dijk kwamen we een fotograaf tegen met een lange toeter (500 mm). Daar keek ik wel even jaloers naar, want de mijne eindigt bij 300 mm. Tsja, altijd baas boven baas. Hij had hem in Engeland gekocht, wat momenteel toch scheelt in de prijs.
Zelf twijfel ik ook nog wel eens over zo’n lens. Maar ik vraag toch wel af of je foto’s er nu zoveel beter van worden. Als ik vanuit schuilplekken werk heb ik genoeg aan de 300 mm met 1.4 converter. Voor de rest probeer ik vaak om de beesten in het landschap weer te geven, en dan is de 300 mm ook meestal toereikend. Komt bij zo’n lens natuurlijk behoorlijk gewicht met zich meebrengt, dus lekker struinen is er dan niet meer bij. Maar goed, misschien zwicht ik ooit nog eens. Wat ik wel opmerkelijk vind is dat zoiets veranderd in de loop daar jaren. Vroeger gebruikten veel natuurfotografen een 400 mm of een 500 mm. Nu is de 500 mm de standaard, maar gebruiken de meeste wel een camera met een cropfactor van 1.5 of 1.6.
Even verderop bleek wel dat een telelens wel handig kan zijn. Er zat een torenvalk langs de weg, die goed meewerkte. Dieke ging enthousiast foto’s maken met haar Nikon Coolpix camera, maar was thuis toch wat teleurgesteld toen ze papa’s foto’s zag… Ook hier vraag ik me af of het beter zou zijn geworden met een 500 mm.
Onze ochtend eindigde met een stukje door Duitsland (altijd interessant!) om daarna nog een wandeling te maken in natuurgebied ‘de Bruuk’ bij Groesbeek. Een erg mooi gebiedje, waar ik zeker dit voorjaar nog een keer naar terug wil.

