Deze week weer twee keer op de drijfhut doorgebracht. Het blijft een wonderlijke ervaring. Langs de waterkant hijs ik mezelf in mijn waadpak (tuinbroekmodel). Dit pak is gemaakt van neopreen waardoor je het niet koud krijgt in het water. Vervolgens doe ik een stuk landbouwplastic en een camouflagenet over het de voor- en zijkant van de hut en leg de camera op een bonenzak vooraan in het gevaarte. Dan op de knieën in het water en voorzichtig naar ‘binnen’ kruipen. Eenmaal binnen kruip ik voorzichtig op het vlot, zodat ik met mijn armen op het vlot lig en mijn benen in het water. Met mijn benen kan ik mezelf dan voortbewegen. Dit werkt zowel in diep als ondiep water, dus ik kan alle kanten op. Maar meestal blijf ik wel langs de kanten van het meertje, omdat je met je voeten op de grond beter vooruit komt en makkelijker kan manoeuvreren. Bij het ronden van een hoekje stuitte ik dit keer op een dodaarsje. Hij zat mooi verstopt tussen het riet, maar na een poosje kwam ie tevoorschijn. Als de vogel je eenmaal heeft geaccepteerd als UHO (Unidentified Harmless Object) gaat hij rustig door met de dagelijkse beslommeringen zoals poetsen en voedsel zoeken. Zo ook in dit geval. Ik zwom letterlijk 5m van het dodaarsje af en we genoten van de mooie ochtend. Ondertussen klikte het gevaarte er lustig op los en verzorgde de dodaars zijn verenpak. Ik realiseer me steeds meer dat voor echt mooie dierenfoto’s je toch vaak afhankelijk bent van dit soort (misschien wat malle) schuilplekken. De wens was er al een tijdje om ook een hutje in het bos te hebben, en dat gaat binnenkort realiteit worden. In een stukje bos ben ik samen met een collega-fotograaf nu een ingegraven hutje aan het maken. Voor de hut komt een vijvertje en wat mooie takken. Het is natuurlijk nog afwachten wat dit gaat opleveren, maar ik heb er al weer zin in om daar af en toe in te kruipen. Zonder waadpak in dat geval….